Erwt.’ Mijn broertje kijkt me bloedserieus aan. Ik kijk niet-begrijpend terug, terwijl ik ondertussen probeer te bedenken op welke manier het woord ‘erwt’ logisch zou kunnen volgen op hetgeen ik kort daarvoor gezegd had. Het lukt niet. ‘Wat?’ vraag ik. ‘Erwt. Er tee!’ Ik laat zijn woorden rustig bezinken. Er. Tee. Dan zie ik plots […]

‘Op zich zou ik best minister willen zijn, hoor.’ Het meisje dat deze wens zo quasinonchalant uitspreekt, loopt vlak achter me op het station. Even daarvoor onthulde ze al dat ‘gewoon’ ambtenaar haar niets leek. Te eentonig, teveel lijkend op Debiteuren/Crediteuren. Niks voor haar.

Ik kan het niet laten me even om te draaien om een blik op haar te werpen. Mijn leeftijd, ze loopt naast een jongen gekleed in pak, beide een Rijkspas in de hand. Net op dat moment vervolgt het meisje: ‘Het ministerschap lijkt me namelijk best een chille baan.’

De jongen trekt zijn rechterwenkbrauw op. ‘Hm…’

Zijn aarzeling lijkt te landen. ‘Ja,’ verdedigt zijn gesprekspartner haar eerdere uitspraak, ‘je hebt natuurlijk wel verantwoordelijkheden en zo, maar ja. Er verandert toch niks!’

De jongen: ‘Hm…’

Ik weet niet of het meisje precies weet wat het ministerschap inhoudt. Dat je als minister – inderdaad – verantwoordelijk bent voor een bepaald beleidsterrein. Maar ook dat je als minister geacht wordt op dat beleidsterrein bepaalde ambities te hebben, dat je een visie hebt (gestoeld op die van je partij) en beleidsdoelstellingen wil realiseren. Dat je dus het idee hebt dat je wél dingen kunt veranderen.

Deze gedachtegang lijkt inmiddels ook het meisje te hebben bereikt.

‘Staatssecretaris lijkt me ook wel wat!’

‘Hm…’

Lees verder

‘Zo, dus dat worden dus twee patatjes, een bakje mayonaise, een kroketje en een frikandelletje. Nog een drankje erbij?’ We bevinden ons in een lokale snackbar. Zojuist hebben we half Leiden hun avondeten horen bestellen en nu is het dan eindelijk de beurt aan ons. Het is 1 januari. Zo’n dag waarop je de keuken maar even laat zoals die is: een bende die het jaarwisselingsfeest nauwelijks te boven is. De snackbar is een logisch alternatief.

Terwijl we wachten op de vette hap die de eerste dag van het nieuwe jaar moet afsluiten, luister ik naar de mededelingen die de snackbareigenaar af en toe door de ruimte brult. ‘Een patatje met!’ ‘Een hamburgertje met extra uitjes en een klein patatje!’ ‘Een raspatatje met een colaatje!’

De hoeveelheid verkleinwoorden kan niemand zijn ontgaan. Slim, denk ik. Met al die diminutieven lijken de calorierijke bestellingen een stuk minder omvangrijk. Lees verder

Verheugd open ik mijn mailbox. Daar staan ze: twee e-tickets van NS om een heel weekend onbeperkt door het land te kunnen reizen. Bijna wil ik mijn mailprogramma afsluiten. Maar dan valt mijn oog op De Zin: ‘Dit e-ticket is alleen geldig wanneer u deze op A4-formaat heeft geprint.’

Trein 2

Lees verder

Steden en staten. Het was de titel van een hoofdstuk uit mijn geschiedenisboek van de middelbare school. Het hoofdstuk ging over de opkomst van steden in de late middeleeuwen; over stadsrechten, schouten en de stedelijke burgerij. De steden van toen waren eigenlijk haast stadsstaten, omgeven door stadsmuren en met eigen regels, belastingwetten en rechtspraak. Inmiddels zijn we eeuwen verder. Het is de tijd van ‘Europees wat moet, nationaal wat kan’. Steden als staten zijn schaars. Toch is de roep om ‘lokalisering’ groter dan ooit. Wordt de bestuurlijke piramide Europees, nationaal, provinciaal, lokaal omgedraaid?

Lees verder

Ik zie mezelf nog zitten, achter de beeldbuis van een van de pc’s in het computerlokaal. Zojuist had mijn docent informatiekunde me aangeraden op internet te zoeken via zoekmachine Google. Mijn oren klapperden. Google klonk mij even exotisch in de oren als enkele jaren daarvoor WordPerfect en de mysterieuze geluiden van een inbelverbinding. Het kan snel gaan met de technologie. Dat werd wel duidelijk tijdens Tegenlicht Meet Up #24 over digitale fabricage.

Lees verder

Het internet als stad. Websites als wijken. Pagina’s als bewoners. Ongeveer die metafoor lag ten grondslag aan GeoCities, een virtuele stad waarin de internetters van de jaren negentig gratis een webpagina konden bouwen. Het was de tijd dat het werkwoord ‘computeren’ nog niet naar nostalgische diepten was afgegleden. En tevens die waarin een nieuw tijdperk begon: dat van digitale dataverzameling. Online informatie bereikt ons snel, gejaagd en is in grote getale aanwezig – constant. Hoe bewaren we die enorme hoeveelheid data voor de toekomst?

Deleted City

Lees verder