Ik loop door de straat waar ik ben opgegroeid. De buurman van drie huizen verder komt net naar buiten en zijn turende blik onthult twijfelende gedachten. Is ze het nou? Hoe heet ze ook alweer? Moet ik iets zeggen? (De tijd dat iedereen elkaar groette – bekend of onbekend – ligt duidelijk ver achter ons.) Met een enthousiast ‘hallo’ besluit ik het dilemma van mijn buurman op te lossen.

Dat werkt – althans: voor even. ‘Hee, hoi!’ roept de zichtbaar opgeluchte buur terug. ‘Ik moest even goed kijken hoor, zie je natuurlijk niet zo vaak meer. Alles goed?’ Ik houd mijn pas in om uitgebreid antwoord te geven, maar zie dat de buurman tijdens het stellen van zijn vraag al half zijn garage is ingelopen. ‘Ja, prima, met jou?’ antwoord ik nog, tevergeefs. Ik hoor een motor ronken. Luttele seconden later scheurt buurmanlief in zijn bolide de garage uit, mij onthutst achterlatend.

Iemand tegenkomen die je al lange tijd niet hebt gezien gaat vaak gepaard met geveinsde interesse, zoals dit tragische voorbeeld laat zien. Blijkbaar verwacht niet iedereen op de conventionele hoe-is-hetvraag een serieus antwoord. Dat bleek ook uit een interessant schouwspel dat ik enige tijd geleden observeerde in Den Haag.

Ik sta er op de tram te wachten. De man naast mij staart heimelijk naar een andere man die op enkele tientallen meters afstand de halte nadert. Pas als beide heren naast elkaar staan, wordt duidelijk dat het hier om oude kennissen gaat die duidelijk geen idee hebben wat ze met de situatie aan moeten. Uiteindelijk besluit een van hen voorzichtig scheurtjes in het ijs aan te brengen.

‘Zo. Joh. Lang niet gezien. Hoe gaat het met JOU?’

Zijn gesprekspartner blijft even stil. Dan volgt zijn antwoord, klaarblijkelijk vanuit de behoefte het conventionele gesprekspatroon te doorbreken. ‘Ja, het gaat heel goed met me. Ik ben net terug uit Cuba, mijn huwelijk is goed en mijn kinderen maken het goed. Dus ja, prima eigenlijk.’

Een antwoord waarin zowel een vakantie, een huwelijk als de gemoedstoestand van kinderen worden genoemd, had de vragensteller niet zien aankomen.

‘Okee.’

In ieder geval vlucht hij niet weg voor een gesprek, zoals mijn buurman. Ook werpt hij geen smachtende blikken in de verte, hopend op een glimp van de tram. Nee. Na zijn perplexe ‘okee’ blijft hij volhardend naast zijn oude kennis staan. De tram arriveert, beide heren stappen in, de deuren schuiven dicht. ‘Goh, Cuba, joh. Wat een bijzondere bestemming. Hoe dat zo?’

Zo kan het ook.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorie

Luisterleven

Tags

, , , ,