17 februari 2013

Artikel 13

Ze zeggen wel eens dat mensen in de trein bewust of onbewust naast iemand gaan zitten die op hen lijkt. Voor mij zou dat betekenen dat ik mijn NS-momenten het liefst doorbreng naast een vrouwelijk persoon van begin twintig zonder zichtbare tatoeages of een wenkbrauwpiercing.

Afgelopen week zat ik naast zo iemand. Pas toen ik mij en mijn tas had geïnstalleerd, zag ik dat het meisje in gesprek was met een man van rond de vijftig. Een jurist, zo bleek uit het visitekaartje dat hij gedurende de gehele treinreis quasinonchalant tussen zijn duim en wijsvinger liet draaien. Voor de variatie manoeuvreerde hij het kaartje ook af en toe in de richting van zijn neus. Door die beweging wist ik dat de man werkzaam was bij een gemeente.

Het meisje kende hij van een zakelijke afspraak, begreep ik uit hun gesprek. Hoewel de man haar nauwelijks aan het woord liet, kon ik uit haar antwoorden op zijn sporadische vragen opmaken dat ze rechten had gestudeerd en nu aan het begin stond van haar carrière als jurist.

Bij de man moeten toen allerlei belletjes zijn gaan rinkelen. Het meisje was beginnend jurist, hij – natuurlijk – volleerd en vol werkervaring en kennis. Ik zag zijn ogen twinkelen terwijl hij allerlei casussen uit Het Vak beschreef, inclusief zijn eigen heldhaftige rol in die situaties.

Het mooiste moest nog komen.

De man gniffelt. Haalt diep adem. Gniffelt nog eens. Zwaait met zijn visitekaartje. ‘En weet je hoe ik in die situatie heb gehandeld?’ Zonder op een antwoord te wachten begint hij te fluisteren. ‘Ja, toen heb ik dus gewoon even op artikel 13 gewezen hè.’ Hij pauzeert even, om vervolgens met een ondeugende blik in zijn ogen nogmaals te zeggen: ‘Artikel 13 dus.’ Hij kijkt grijnzend om zich heen. ‘Ja, ik zei dus gewoon: “Jongens, denk aan artikel 13.” Nou, toen had ik ze tuk hoor!’

De man knikt nog eens, triomfantelijk. Hij kijkt het meisje tegenover hem verwachtingsvol aan. Zij lacht zachtjes, mompelt iets als ‘wat goed’. De man vervolgt zijn heldenepos over artikel 13.

En ik zit daar, naast het meisje dat op mij lijkt, zogenaamd verdiept in mijn krant. Ik glimlach. De man had ons zojuist een inkijkje in zijn ego gegeven. Als een klein jongetje dat net de laatste hand aan zijn Legohelikopter heeft gelegd en hem nu aan iedereen wil laten zien.

Het meisje en ik hebben nog veel te leren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorie

Luisterleven

Tags

, , , ,