‘Goh. Het is zeker héél lang geleden dat je hier bent geweest?’ Die ene keer per jaar dat deze vraag aan mij wordt gesteld, moet ik haar vrijwel altijd schuldbewust bevestigend beantwoorden. De kapster knikt triomfantelijk.

Zij had het antwoord op haar retorische vraag natuurlijk al geraden toen ze mij en mijn gespleten haarpunten zag binnenwandelen. De blik in haar ogen blijft gericht op de onderkant van mijn haar, terwijl ik plaatsneem in de stoel die ze eerst naar boven en vervolgens weer naar beneden pompt. Ze bindt me een schort voor, onze blikken raken elkaar via de spiegel. Ik kijk snel weg.

‘Zo. En hoe had je het gewild?’ Ik zeg dat ik het korter wil, een stuk korter zelfs. Dan blijkt de kapster koningin der retorische vragen: ‘O ja? Weet je dat wel zeker? Het is nu juist zo lekker lang! Wil je het écht korter?’ Ik antwoord wederom bevestigend. ‘O’, is haar reactie in een mislukte poging de klant tot koning te verheffen. Twijfel slaat toe.

Gelukkig werd op de retorische vraag van de kapster inderdaad geen antwoord verwacht. Ze pakt haar schaar en ik wacht geduldig op een nieuwe vraag, die vermoedelijk te maken heeft met het mooie weer, de zomervakantie of Koninginnedag.

‘Lekker weertje vandaag hè?’ begint ze. ‘Hopelijk blijft dat effe zo. Heb je al een zomervakantie geboekt?’ Ik antwoord dat ik juist net ben teruggekeerd van een vakantie in Rusland. Ze kijkt me verbaasd aan en begint te vertellen over haar eigen zomervakantie naar Spanje. Ze hoopt dat die beter zal zijn dan vorig jaar, want toen zat ze met haar kinderen in een te krappe stacaravan in Kaatsheuvel. Ik zeg dat ik vroeger ook wel eens in een te krappe stacaravan in Kaatsheuvel heb gezeten. Ze lacht.

En dan is het stil. Terwijl de kapster doorknipt, vraag ik me zwijgzaam af of het wel of niet noodzakelijk is zelf een gesprek te starten over Koninginnedag of desnoods het koningslied. Gelukkig is er altijd nog een derde optie bij de kapper: andermans gesprekken afluisteren. De vrouw naast me – die de tic heeft voortdurend met haar hoofd heen en weer te schudden, wat me vrij lastig lijkt voor de kapper die haar knipt – leest een tijdschrift en begint tegen niemand in het bijzonder te roepen dat ze het betreffende blad zo’n leuk blad vindt en dat ze het blad nog niet kende en dat er in het blad een leuke reportage over een schaapherder staat. Iedere aanwezige glimlacht ongemakkelijk.

Ondertussen is mijn coupe klaar. De kapster pakt een spiegel om de achterkant te laten zien. Ik vind hun hoopvolle blik altijd lief, wanneer ze aan je haarpunten friemelen, oogcontact blijven maken en je verwachtingsvol aankijken zodat je eigenlijk niets negatiefs over het resultaat kunt zeggen. Dat doe ik dan ook niet. En de kapster ook niet: ‘Toch wel leuk hè, zo kort?’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorie

Luisterleven

Tags

,