20 november 2013

Busje komt zo

De treinen naar Leiden rijden niet, dus gaan we met de bus. ‘We’, dat ben ik samen met alle andere reizigers met Leiden als bestemming. Normaal gesproken zijn we gezamenlijk in staat een intercity te vullen. Nu zijn we iets soortgelijks van plan met een bus. Momenten als deze, van – in sommige gevallen – totale paniek en verwarring, maken het wachten bepaald niet onplezierig.

Zo is er de vrouw, vet haar, bomberjack, joggingbroek net iets te laag waardoor net iets teveel onbedekte ledematen de frisse lucht bereiken. Haar blik schiet van het informatiebord via de mensen om haar heen naar de tunnel van licht waar de bus vandaan zou moeten komen. Ondertussen mompelt ze iets onverstaanbaars, haar joggingbroek ophijsend.

Dan de jongen, jaar of achttien, turend naar zijn telefoon, de wereld om hem heen ogenschijnlijk vergetend.

Tot slot mag natuurlijk De NS-Klager niet ontbreken. Daar staat ze, luid bellend met het thuisfront. Pruilmondje – nu is ze te laat voor de spinazielasagne, zo begrijp ik – samengeknepen ogen, wenkbrauwen gefronst, zuchtend. Het is ook altijd hetzelfde met de NS, jammert ze tegen haar iPhone. Daarna grient ze verder. Dat je ook nooit op de spoorwegen kunt vertrouwen. Dat ze niet begrijpt waarom er niet meer bussen worden ingezet. En vooral: dat ze vreest nooit meer thuis te komen.

In dat laatste blijkt ze in ieder geval ongelijk te hebben, want daar komt de bus. Altijd een bijzondere gewaarwording hoe, zodra de eerste koplampen opdoemen, een deken van totale nervositeit en opschudding een mensenmassa kan omsluieren. Ineens schijnen mensen te denken dat ze sneller binnen zijn als ze de persoon vóór hen een duwtje geven. Of als ze zogenaamd per ongeluk hun tas iets te opdringerig tegen de rug van hun voorganger drukken. Of gewoon gaan loeien dat iedereen moet doorlopen.

Uiteindelijk staat een deel van de menigte in de bus. De vrouw met de joggingbroek, de jongen en zijn telefoon, De NS-Klager en ik horen daarbij. Iets in mij vindt het niet eerlijk dat De Klager een zitplaats heeft weten te bemachtigen en ik niet. In haar iPhone trompettert ze echter nog steeds dat het vervoer zo slecht geregeld is. Ook de jongen met de telefoon heeft een zitplek. Na de helft van de rit kijkt hij op om te constateren dat de vrouw met het bomberjack en de joggingbroek moeite heeft zich staande te houden. Hij vraagt of ze wil zitten. Ze wil niet. Ze is zenuwachtig, heeft mij tot nu toe bij iedere stop gevraagd of dat de halte Julianaplein is. Ik antwoord iedere keer van niet.

De jongen herenigt zich met zijn telefoon. De vrouw belt luidkeels verder, de bus vervolgt zijn weg.

We naderen de halte Julianaplein. De bus remt af. Ik wacht tot de vrouw met de joggingbroek de inmiddels vertrouwde vraag herhaalt, maar dat doet ze niet. Ik zeg dat dit het Julianaplein is. De vrouw kijkt verbaasd. ‘Nu al?’ Ze baant zich een weg naar buiten.

Ik blijf verwonderd achter.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorie

Luisterleven

Tags

, , ,