‘Zo, dus dat worden dus twee patatjes, een bakje mayonaise, een kroketje en een frikandelletje. Nog een drankje erbij?’ We bevinden ons in een lokale snackbar. Zojuist hebben we half Leiden hun avondeten horen bestellen en nu is het dan eindelijk de beurt aan ons. Het is 1 januari. Zo’n dag waarop je de keuken maar even laat zoals die is: een bende die het jaarwisselingsfeest nauwelijks te boven is. De snackbar is een logisch alternatief.

Terwijl we wachten op de vette hap die de eerste dag van het nieuwe jaar moet afsluiten, luister ik naar de mededelingen die de snackbareigenaar af en toe door de ruimte brult. ‘Een patatje met!’ ‘Een hamburgertje met extra uitjes en een klein patatje!’ ‘Een raspatatje met een colaatje!’

De hoeveelheid verkleinwoorden kan niemand zijn ontgaan. Slim, denk ik. Met al die diminutieven lijken de calorierijke bestellingen een stuk minder omvangrijk. Lees verder