‘Zo, dus dat worden dus twee patatjes, een bakje mayonaise, een kroketje en een frikandelletje. Nog een drankje erbij?’ We bevinden ons in een lokale snackbar. Zojuist hebben we half Leiden hun avondeten horen bestellen en nu is het dan eindelijk de beurt aan ons. Het is 1 januari. Zo’n dag waarop je de keuken maar even laat zoals die is: een bende die het jaarwisselingsfeest nauwelijks te boven is. De snackbar is een logisch alternatief.

Terwijl we wachten op de vette hap die de eerste dag van het nieuwe jaar moet afsluiten, luister ik naar de mededelingen die de snackbareigenaar af en toe door de ruimte brult. ‘Een patatje met!’ ‘Een hamburgertje met extra uitjes en een klein patatje!’ ‘Een raspatatje met een colaatje!’

De hoeveelheid verkleinwoorden kan niemand zijn ontgaan. Slim, denk ik. Met al die diminutieven lijken de calorierijke bestellingen een stuk minder omvangrijk. Lees verder

Advertenties

‘Ons werkveld is ontzettend dynamisch en daardoor kunnen we op verschillende levels nieuwe kansen creëren.’ Het gebeurde echt, deze zin werd daadwerkelijk uitgesproken, in alle ernst – en ik was er getuige van. Aan het woord was een jonge recruiter die tijdens een telefoongesprek in de trein een potentiële werknemer probeerde te werven voor haar bedrijf. De argumentatie van de recruiter hing van lege hulzen aan elkaar.

Een stukje flexibiliteit…
Naast dynamisch en vol van mogelijkheden voor nieuwe kansen zou het werkveld van de potentiële werknemer namelijk ook innovatief zijn en om ‘een stukje flexibiliteit’ vragen. Na afloop van het telefoongesprek van de recruiter had ik geen idee over wat voor functie of bedrijf ze het al die tijd had gehad. De potentiële werknemer vermoedelijk ook niet, blijkens de hoeveelheid vragen die de recruiter driftig neerpende in haar notitieboekje en waarop ze naar eigen zeggen ‘na intern overleg even terug zou komen’.

Twee categorieën woorden
Het telefoongesprek zette me aan het denken. Hoe vaak kom ik zelf eigenlijk woorden tegen die eigenlijk niets zeggen? Lees verder